Wat is de g-waarde (zontoetredingsfactor?)

Bij het kiezen van glas kijken de meeste mensen naar de U-waarde: hoe goed het glas isoleert. Maar er is een tweede getal dat minstens zo belangrijk is, zeker bij grote ramen en ramen op de zon: de g-waarde. Die vertelt je hoeveel zonnewarmte het glas doorlaat. In dit artikel leggen we uit wat de g-waarde precies is, welke waarden gangbaar zijn en waarom een lage g-waarde niet altijd beter is.

Wat is de g-waarde?

De g-waarde, ook wel zontoetredingsfactor genoemd, geeft aan welk deel van de zonne-energie dat op het glas valt uiteindelijk als warmte binnenkomt. De waarde loopt van 0 tot 1 (of van 0 tot 100%). Een g-waarde van 0,60 betekent dat 60% van de zonnewarmte doorgelaten wordt en 40% buiten blijft.

Belangrijk: de g-waarde telt méér mee dan alleen de warmte die recht door het glas schijnt. Ze bestaat uit twee delen:

  • Directe doorlating — zonnewarmte die meteen door het glas heen naar binnen straalt.
  • Heruitstraling — een deel van de zonnestraling wordt door het glas geabsorbeerd, waardoor het glas opwarmt en die warmte vervolgens deels naar binnen afgeeft.

De g-waarde is de som van die twee: de totale zonne-energie die daadwerkelijk binnen terechtkomt. Vandaar de officiële term “totale energiedoorlatingsfactor”.

g-waarde, ZTA en zontoetredingsfactor: hetzelfde getal

Je komt dit begrip onder verschillende namen tegen, maar het gaat steeds om precies hetzelfde:

  • g-waarde – de gangbare term in glasspecificaties (uit de Europese norm NEN-EN 410).
  • ZTA (zontoetredingsfactor) – de Nederlandse term, vaak gebruikt bij zonwerend glas.
  • Zonnefactor of g-factor – informele varianten.

Internationaal kom je ook SHGC (Solar Heat Gain Coefficient) tegen. Allemaal beschrijven ze hetzelfde: het aandeel zonnewarmte dat het glas doorlaat.

g-waarden per glassoort

Ter oriëntatie een overzicht van gangbare g-waarden. Hoe lager het getal, hoe meer zonnewarmte er buiten blijft:

Glassoortg-waarde (ZTA)Betekenis
Enkel glas± 0,85Laat vrijwel alle zonnewarmte door
Blank dubbel glas± 0,75Veel zonwinst, weinig wering
HR++ glas (standaard)± 0,60Veel daglicht en zonwinst
Zonwerend glas (licht)± 0,40Merkbaar minder warmte, nog volop licht
Zonwerend glas (sterk)≤ 0,25Sterke wering, getint/spiegelend

Wil je dieper ingaan op de zonwerende varianten en wanneer je ze kiest? Lees dan Zonwerend dubbel glas.

Hoog of laag: welke g-waarde wil je eigenlijk?

Dit is de kern: een lage g-waarde is niet automatisch beter. Het hangt af van je situatie, want zonnewarmte is niet altijd een probleem.

Een hoge g-waarde is gunstig als je gratis warmte wilt. In de winter is zonnewarmte welkom: ze verwarmt je woning voor niets en verlaagt je stookkosten. Voor ramen op het noorden, of in ruimtes waar oververhitting geen issue is, is standaard HR++ glas met een hoge g-waarde meestal de beste én goedkoopste keuze.

Een lage g-waarde is gunstig als je oververhitting wilt voorkomen. Bij grote glasvlakken, serres, dakramen en ramen op het zuiden of westen kan de zon in de zomer voor onaangename hitte zorgen. Dan wil je juist glas met een lage g-waarde, dat een groot deel van die warmte buiten houdt.

De g-waarde staat dus niet los van de U-waarde: samen bepalen ze de energiebalans van je raam. De U-waarde gaat over het warmteverlies naar buiten, de g-waarde over de warmtewinst van de zon naar binnen. Voor de meeste woningen zoek je een balans tussen die twee. Meer over de isolatiekant lees je in Wat is de U-waarde van glas?.

Selectiviteit: veel licht, weinig warmte

Bij zonwerend glas speelt nog een handig begrip: de selectiviteit. Dat is de verhouding tussen de hoeveelheid daglicht die het glas doorlaat (de lichttoetredingsfactor of LTA) en de g-waarde.

Je berekent het simpel: selectiviteit = LTA gedeeld door g-waarde.

Hoe hoger de selectiviteit, hoe meer daglicht je binnenhaalt per eenheid zonnewarmte — en dat is precies wat je wilt. Je houdt de hitte buiten zonder dat het donker wordt in huis. Een paar voorbeelden:

  • Standaard HR++ glas: LTA ± 0,80 en g ± 0,60 → selectiviteit ± 1,3.
  • Goed zonwerend glas: LTA ± 0,70 en g ± 0,33 → selectiviteit ± 2,1.

Het zonwerende glas laat in dit voorbeeld nauwelijks minder licht door, maar houdt bijna dubbel zoveel warmte tegen. Een hoge selectiviteit is dus het kenmerk van kwalitatief zonwerend glas.

g-waarde van het glas versus van het hele raam

Net als bij de U-waarde is er verschil tussen het glas en het complete raam. De g-waarde in glasspecificaties gaat over het glas zelf. Wil je weten hoeveel zonnewarmte er via het hele raam binnenkomt, dan telt ook eventuele zonwering mee — denk aan screens, rolluiken of uitvalschermen aan de buitenkant. Die verlagen de effectieve zonwarmte-doorlating verder, vaak sterker dan glas alleen dat kan. Buitenzonwering en zonwerend glas laten zich dan ook goed combineren.

Hoe lees je de g-waarde terug?

In productspecificaties zie je de g-waarde vaak samen met de lichttoetreding, geschreven als een verhouding zoals 70/40. Het eerste getal is de LTA (70% daglichtdoorlating), het tweede de g-waarde/ZTA (40% zonwarmte-doorlating). Bij Glaswebwinkel.nl wordt zonwerend HR++ glas aangeduid als ZHR++ glas.

Samengevat

De g-waarde vertelt je hoeveel zonnewarmte het glas doorlaat, op een schaal van 0 tot 1. Ze is het tegenhangertje van de U-waarde: waar de U-waarde over warmteverlies gaat, gaat de g-waarde over gratis zonwinst. Een lage g-waarde is ideaal tegen oververhitting bij grote of zonbelaste ramen; een hoge g-waarde is juist prettig waar je die gratis winterwarmte goed kunt gebruiken. Let bij zonwerend glas op een hoge selectiviteit: veel daglicht met zo min mogelijk warmte.

Twijfel je welke combinatie van U-waarde en g-waarde het beste bij jouw ramen past? Neem contact op met Glaswebwinkel.nl. Wij adviseren je graag.